vrijdag 10 juni 2011

Sarah moet een brilletje. Volgende week mogen we hem gaan afhalen.
Begin april kreeg ik, bij het allereerste CLB-bezoek van haar schoolcarrière, al meteen een verwijsbrief mee. Haar verzicht bleek niet in orde. 0.3 rechts, 0.4 links en ook de ogenstand bleek asymmetrisch. Een oogarts-bezoek werd aangeraden.
Slik...
Gezien ik niet helemaal leek ben in 'het vak' (ik bedoel : Henri vroeg : 'wat wil dat dan zeggen'? toen ik hem de brief liet zien), was ik toch even 'geshockeerd' van de cijfers die ik zag. Die 0.3 en 0.4, heb ik meerdere keren herlezen. HOe was het mogelijk dat ik hier als moeder had overheen gekeken? Ik was nochtans altijd - maar dan vooral het laatste schooljaar - erg veel met haar bezig geweest? Had onze focus op haar taalontwikkeling van de laatste jaren, gemaakt dat we over haar visusprobleem heen hadden gekeken? Ik weet niet... Net als die taalachterstand, was ook dit 'probleem' zo eentje waarvan ik nooit had verwacht dat ze 'mijn' kinderen zou overkomen. NIet dat ik de illusie had dat ze 'onschendbaar' waren of zoiets, maar ik ken mezelf en ik ken mijn partner (toch een beetje) en in mijn hoofd had ik wel eens een lijstje gemaakt van 'mogelijke afwijkingen' die - genetisch gezien dan -tot de mogelijkheden zouden kunnen behoren. Gaande van een droge huid en geconstipeerdheid (die een feit zijn), over chronische luchtweginfecties (die ze van Henri geërfd heeft) en een blindedarm die misschien langs de verkeerde kant zit (maar wat we mss nooit zullen weten), tot autisme (waar ik overigens wel eens aan denk met betrekking tot Sarah), maar een oogafwijking stond niet tussen het lijstje (net zomin als die spraakachterstand). Ik heb zelf wel een bril, maar geen hele sterke en bovendien ben ik een late 'briller'. Ik heb er eentje van mijn 17 jaar en heb het altijd geweten aan het feit dat ik mijn ogen een beetje heb overbelast met erg veel (en van op een veel te korte afstand tov mijn blad) te studeren. OPeens was het bord toch erg moeilijk te lezen en waren mijn ogen steeds zo moe. Henri heeft een vertezicht om jaloers op te zijn en heeft pas van na zijn 50e een leesbril, net zoals mijn ouders overigens, die voor hun leesbrilletje nooit oogproblemen hebben vertoond.
De erg zwakke visuscijfers op het CLB-verwijspapier, deden me dus fronsen...
Misschien bestond er nog een mogelijkheid dat ze haar best niet had gedaan? Dat ze niets had willen zeggen? Dat ze haar niet verstaan hadden? Toen ik er haar naar vroeg was ze - zoals gewoonlijk - erg karig met de informatie en was ze - ook zoals gewoonlijk - alles weer 'vergeten'.
Dan maar de zelf-test. Het behoefde maar een kleine moeite om de test die ze op school had afgelegd via mijn collega's in handen te krijgen. Als moeder zou ik toch wel het maximum uit haar kunnen halen? Ik zou toch wel zien of ze gewoon geen zin had en ik zou haar zeker verstaan wanneer ze iets zou zeggen? Maar helaas... ook ik kwam tot dezelfde bevindingen. Zodra de tekeningetjes kleiner werden naar een 0.3 en zeker naar een 0.4, zag ik dat ze haar ogen tot spleetjes kneep en helemaal over de denkbeeldige lijn begon te hangen die ik 'getrokken' had zodat ze op 3 meter van mijn papier zou blijven staan.
Een afspraak bij de oogarts drong zich op en wel zo snel mogelijk. Mijn dochter zag haast niks en ik had het niet in de gaten !!!
Een paar dagen en heel wat telefoontjes later hadden we twee afspraken kunnen versieren. Eentje in Jette op 25 juli ! En - omdat ik dat zo ontichelijk lang wachten vond (mijn dochter was bijna blind zeg !) - nog eentje in Vilvoorde op 6 juni.
Maandag was het dan - eindelijk (nou ja) - zover. Ik ging haar vroeger vna school halen en samen (lekker met ons tweetjes) reden we naar het ziekenhuis. Sarah zag het volledig zitten, zo leek me. Ik denk dat ze het ook wel fijn vond om eens helemaal alleen met me te zijn. Toegegeven : dat was ook wel eens leuk... ik kom er anders nooit toe zo'n 'moeder-dochter' moment te hebben gezien ze altijd met z'n drieën (tegelijk) mijn aandacht vragen. Het begon allemaal heel erg leuk tot we moesten wachten, en wachten en wachten... Bij de flinke Sarah (die ik ook wel gepaaid had met een koek en wat drinken zodat ze alvast niet zou lastig worden van honger en dorst), begon de vermoeidheid toe te slaan en ze begon te zeuren : 'wanneer kunnen we nnu binnengaan' en 'maar wanneer is het nu aan 'wij' - een hardnekkige fout van haar)'. Ze had gelijk. We hadden een afspraak om 14.15u en om 15.45u was er zelfs nog geen oogarts te bespeuren. In de wachtzaal zaten enkel nog patiënten van haar. De anderen werden wel op tijd bij hun arts geroepen. Er was wrevel. Mensen vonden het 'niet kunnen'. Sommigen gingen weg. Blijkbaar was het altijd lang wachten bij die oogartse. Het respect voor Sarah was groot bij de wachtende patiënten. Wat flink van haar zo moedig te wachten. Toch niet eenvoudig voor zo'n jong kind. Eventjes groeide ik wat. Misschien was ik toch ook nog zo geen slechte moeder dat ik mijn flinke kind bezig kon houden met allerlei creativiteitjes en TV-boekjes die er lagen, maar al snel nam de geagiteerdheid over de situatie het over van de trots. Waar bleef die oogarts nu. Ik nam me voor tot 16 u te wachten en dan ook - net zoals de afspraak van 14u en die van 14.30u - onverrichterzake terug naar huis te gaan. We hadden toch nog een afspraak in Jette, wat zouden die 6 weken nu nog uitmaken?
Net tOen ik Sarah had overhaald om nog 2 keer de gang op en af te wandelen, kwam er opeens een groene jas richting wachtkamer. Het bleek de 'juiste' groene jas, eindelijk ! Gek genoeg riep ze 4 patiënten samen binnen. Met z'n vijven verplaatsten we ons vna de wachtkamer naar haar kabinet. Weer wachten. Gelukkig dit keer al op de juiste plaats. Het bleek haar manier van werken van de oogtestjes te doen met verschillende mensen tegelijk in haar werkruimte. Vreemd gebruik. NIet dat oogafwijkingen zo taboe zijn, maar qua privacy vond ik het nihil. We schoven door van de ene naar de andere kamer, waar een hulpje van haar (dat al even 'slecht' nederlands sprak van zijzelf, gelukkig waren ze beiden wel heel lief met Sarah) nog een aantal testjes afnam. Toen kreeg ze druppeltjes in haar ogen en moest ik even met haar de gang op met de boodschap dezelfde druppels na 5 en dna nog eens na 10 minuten in haar oogjes te doen. Hallo? Ik? Alleen? Oogdruppels bij Sarah? Had ze enig idee hoe we haar oogdruppels in het verleden hadden moeten toedienen toen ze als baby/peuter voor de zoveelste keer een oogontsteking had? Verbouwereerd stond ik even later weer in de kale ziekenhuisgang (die ik al een aantal keren tijdens het lange wachten op en af was gestapt), met de oogdruppels. Sarah keek moe.
Gelukkig was ze flink en bleef ze flink, net zoals tijdens het lange wachten in de wachtzaal en zoals bij de oogtestjes (waarbij de oogarts-assistente verbaasde met haar cijfer-kennis). Ze stribbelde wat tegen toen ik haar de druppels toebracht, maar was al bij al moedig en dapper. Haar pupil werd helemaal groot wat ook het doel was vna de druppels. Toen ik ongeveer enkel nog een randje van haar blauwe iris zag, ging ik terug naar binnen. Een laatste testje met de grote pupillen en dan het voorschrift. Ik kon niet zeggen of ik blij was of niet, maar ergens gewoon wel opgelucht dat we het ziekenhuis na 4 lange uren konden verlaten, al was het dan met een bril-voorschrift.
's Avonds begon het me pas door te dringen. Mijn lieve oudste dochter zou een brilletje aan moeten. Toch wat gemengde gevoelens. Natuurlijk hoop je als ouders ergens altijd dat je kind zonder enige vorm vna 'hulpmiddel' (om het zo maar te zeggen) het leven zou doorkunnen. En ook wel het gegeven van : 'een bril' en 'kinderen druk onder elkaar'. Was het wel veilig? Ging het niet stuk gaan?
Zou ze er niet mee geplaagd worden? En om dan helemaal in het cirkeltje te draaien : 'Eigenlijk hebben we toch al wel wat rondgelopen met haar : de NKO-arts, de operatie met de amadelen en de buisjes, de taal-en spraakachterstand, de ontwikkelingstesten, de logopedie en nu die bril'. Echt voor de wind ging het haar niet. Allemaal niet zo erg, maar de combinatie voor een kind van 4, was toch al wel wat. Meteen voelde ik me schuldig over die gedachte... KIndjes vna 4 (en zelfs jonger) op de kinderkankerafdeling, kaal, zwak en vol buisjes en naalden... dàt was erg... Wat was nu een articulatieprobleem en een brilletje...?

Dinsdag gingen we een montuurtje kiezen. Het werd een echte meisjesbril met paars en roos. Ik heb haar haar zin gegeven, hoewel ik het zelf ook wel een leuk montuurtje vond. Zij zal hem immers moeten opzetten en zij moet er zich goed bij voelen. Het is erg belangrijk dat ze hem zo vaak mogelijk opzet gezien haar hersenen in volle ontwikkeling zijn en het belangrijk is dat ze de visuele prikkels die ze krijgt, zo correct mogelijk ziet. De mevrouw van de optiek, schrok ook even toen ze het voorschrift zag. Ik had al wel die indruk (maar wie ben ik als complete leek), maar mijn gevoel dat het best al om een aardige sterkte ging, werd bevestigd. 'Ze zal een heel stuk beter zien', ze de dame. Hopelijk motiveert het haar om hem voldoende op te zetten. Misschien zal ze ook wel wat minder snel moe zijn en zullen haar oogjes er niet meer altijd zo vermoeid (en onuitgeslapen) uitzien. We zullen wel zien...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten