maandag 5 september 2011

Vanachter mijn bureau op het werk kijk ik naar spelende kinderen tijdens de speeltijd. Ik denk aan het feit dat mijn kids nu wellicht ook aan het spelen zullen zijn. De zon schijnt. Hopelijk is het in Brussel ook droog weer want ze hebben een kleedje aan. Daarnet belde ik nog naar Henri. Of hij toch Mirthe har haartjes wat wilde kammen voor hij ze naar de kribbe zou brengen. Gisteren heb ik ze gewassen en dan staan ze altijd wild naar boven wanneer ze niet even getemd worden door een borstel. IN de auto naar het werk bedacht ik dat Henri geen autostoel in zijn auto heeft. Die zijn er in de vakantie uitgegaan omdat we regelmatig naar het containerpark moesten. Ze staan in de garage maar hij kan ze er niet in zetten. Of beter gezegd : hij heeft dat nog nooit geprobeerd en – zoals met vele dingen die ‘nieuw’ zijn – wil hij er ook niet aan beginnen. TE ingewikkeld en ‘niks voor hem’. (cfr. Het in elkaar zetten van IKEA-kasten). Ik ben er nog steeds niet over uit of dat nu een uiting is van faalangst dan wel gewone (mannelijke) luiheid, maar het effect is hetzelfde : hij kan Mirthe niet vervoeren naar de crèche. Ik bel dus om te zeggen dat hij dan maar terug de maxi-cosi moet nemen die ik al terug heb ingepakt. IK vraag me af of ze al op de kribbe zal zijn en hoe ze eruit zal zien. Ik heb kleertjes klaargelegd die misschien nog wat te groot zijn. Gisteren ben ik uren bezig geweest met dozen kleren in te pakken voor Floortje en voor Elientje (kindje van vriendin). Afgelopen week lieten ze me onafhankelijk van elkaar weten dat hun kleine spruit toch zo snel groeide en of ik nog kleertjes had. ‘Zomaar een vraag uiteraard’, anders zouden ze zelf gaan shoppen. Weet ik wel, maar toch… ik heb dan toch maar afscheid genomen van een aantal mooie en schattige kleedjes en ze ingeruild voor en nieuwe lading kleren. De dozen ‘te klein’ staan klaar. Weeral onherroepelijk te klein… :(

Vandaag is het mijn verjaardag. Ik heb een zelfgebakken cake meegebracht en collega’s wensen me proficiat. Het kussen leidt hen af om te vragen hoe het met me gaat en hoe het is om ‘terug’ te zijn. Het is en blijft een moeilijke vraag. IK kan niet enthousiast zijn. Hoe kan ik graag komen werken als ik me ondertussen afvraag hoe mijn kleine meisje het zal doen in de kribbe, of haar haar gekamd zal zijn en of haar kleren niet te groot zijn. Het is enorm belachelijk, maar het is moeilijk om los te laten. Hier op het werk (en ook wel daarnaast) wordt me duidelijk gemaakt (subtiel en minder subtiel) dat het wel in orde komt, dat het wel zal wennen en dat ik moet leren loslaten. KINderen trekken hun plan wel. Ik weet ergens dat ze gelijk hebben, maar mijn moederhart verscheurt onder het feit dat ik veronderstelt word los te laten. IK vraag me af waarom iedereen me die boodschap probeert te geven. Misschien omdat ze het beste met me voorhebben, misschien omdat het maatschappelijk gezien zo hoort, maar voor mij ‘hoeft’ het niet. Wie heft het over het loslaten van een kind van 11 maanden en zelfs over mijn kleuters van 3 en 4. Ik heb nog 25 jaar om los te laten. Stukje bij beetje lukt dat wel. Er komt een leeftijd dat ik niet meer van op mijn werk zal denken aan het kapsel van mijn jongste dochter. Het zal dan plaatsmaken voor een andere, wellicht grotere, zorg, maar dat zien we dan wel. Ik weet dat het ‘voor altijd’ is, maar dat is de keuze de ik gemaakt heb. Ik wil kiezen voor de keuze, mar voluit kiezen blijkt tegenwoordig niet meer zo aanvaard. Ik wil dingen op mijn tempo doen, maar ook dat blijkt moeilijk…

De collega die me vorig jaar verving en met we ik nu een bureau deel, laat me weten dat ze het vorig jaar best goed kon vinden op de school die ik nu weer overneem. Dat ze een fijn contact had met de collega’s daar en dat ze zelf eens is blijven ‘plakken’ met een deel van de leerkrachten en om middernacht lichtjes tipsy naar huis is gegaan. Ik ga straks naar de school in kwestie en ben bang dat ze daar teleurgesteld gaan zijn dat ik het terug ben. Ik ben niet het feesttype, ten minste, dat kan ik niet meer zijn sinds ik me na elk oudercontact moet reppen om thuis te zijn om mijn mama-babysit tijdig te kunnen aflossen zodat ze nog naar huis kan met de trein. IK voel me verdrietig, maar niet zozeer omdat ik niet meer kan feesten en drinken en laat nar huis gaan en zo op en andere en leukere manier met collega’s kan omgaan, maar omdat dit niet de plek is waar ik wil zijn. Mijn gezin zal altijd voorgaan en ik zal me altijd haasten om naar huis te gaan want dat is waar ik thuishoor. Misschien klinkt het ongezond of misschien ook juist heel menselijk/moederlijk? Hopelijk ebt de tristesse die ik voel toch stilaan weg, zoniet moet ik echt definitieve(re) knopen doorhakken….